Composieten—een rijkdom aan Thaise liefjes

Bloem Wedelia

Wedelia—september.

Thaise madeliefjes
Composieten die de bermen en akkers in het noorden domineren

Nu eens geen verhaal over Thaise liefjes…maar over Thaise madeliefjes.
Net als in Nederland vormen in Thailand een aantal soorten Composieten (samengesteld bloemigen) een opmerkelijk aspect van de flora.

In Nederland zijn het de madeliefjes, paardenbloemen, duizendblad en korenbloemen die in het voorjaar en de zomer kleur geven aan beem en veld. In Thailand doen talloze verwante soorten dat eigenlijk gedurende het gehele jaar, maar er is een explosie van een aantal aan het eind van het regenseizoen—met een piek in november. Daarna, terwijl het droge winterseizoen voortschrijdt, beginnen ze te verdorren en leggen ze het loodje.
In november bloeien sommige soorten zo uitbundig dat ze de bermen langs de weg en de braakliggende akkers geheel domineren. In delen van de Noord-Thaise provincie Mae Hong Son kleuren wilde zonnebloemen de bergen dan geel zover het oog reikt — een attractie voor vooral Thaise toeristen die er massaal naartoe trekken om van de kleurenpracht en het koele klimaat te genieten.

Mex Sunflower

Mexicaanse Sunflower (Tithonia diversifolia)—november.

Op reis door de ‘Maleise Archipel’ constateerde de vermaarde Engelse bioloog Alfred Russel Wallace—die eerder dan Darwin inzag dat ‘natuurlijke selectie’ de motor van de evolutie der soorten is—dat de tropen vooral groen zijn en dat een kleurenpracht als van een bloeiend heide- of bremveld in Engeland er onbekend is. Maar Wallace kende voornamelijk de natte tropen en was niet bekend met de natuur van Noord-Thailand waar een tamelijk lang droog seizoen (november – april) voor een totaal andere plantengroei verantwoordelijk is.
Overigens is de kleurenpracht in Engeland waarop Wallace doelde gecreëerd door ingrijpen van de mens — zonder de begrazing door schapen verwilderen de heidevelden. Ook de zonnebloemvelden in de Noord-Thaise bergen zijn een product van de mens. Op de door bergvolkeren ontboste hellingen kon de wilde zonnebloem Tithonia diversifolia, een exoot overgewaaid uit Mexico, zich explosief ontwikkelen. Deze wordt er gemakkelijk twee meter hoog.
Trekken in november de nouveaux riches van Bangkok in hun Honda Fortuner, Isuzu Mu7 en andere gespierde en sportieve wagens naar het noorden om de zonnebloemen in bloei te zien, andere prachtige composieten die uitbundig in bloei staan krijgen nauwelijks of geen aandacht en worden afgedaan als ya (onkruid). Toch verdienen ze het dat je er een keer bij stil staat.

velden Mex. Sunflower

Berghellingen veroverd door de Mexican Sunflower. September, Wiang Haeng District, Chiang Mai.

De composieten of ‘samengesteld bloemigen’ vormen een van de grootste plantenfamilies—1528 genera met ongeveer 22750 soorten zijn bekend. Tegenwoordig wordt de familie doorgaans Asteraceae genoemd. Met uitzondering van een paar soorten zoals de zonnebloemen (olie), chrysanten (snijbloemen) en artichok (groente) zijn ze van gering economisch belang.

Hun bloeiwijze is een ingewikkelde samenbundeling van een groot aantal minuskule bloempjes. Veel soorten zijn eenjarig en komen elk jaar door het overdadige zaad dat ze produceren weer even rijkelijk te voorschijn als voor het afsterven van de oudere generatie. Andere, zoals genoemde zonnebloemen, zijn meerjarig en overleven het droge seizoen ondergronds met hun taaie wortels (vaak penwortels).

Composieten zijn vooral onkruiden en de Thaise en Engelse namen ervan zijn al even intrigerend als de Nederlandse namen van soorten uit de gematigde streken, zoals Fijnstraal, Streepzaad, Guldenroede, Wilde Bertram en Boerenwormkruid.
Kampioenen onder de Thaise bermvegetatie zijn enkele composieten die wat lijken op de kamille met zijn gele hartje van minuskule bloempjes omgeven door een aantal witte ‘bloemblaadjes’ en die vrijwel het gehele jaar in bloei staan. We hebben te maken met minstens drie soorten.

Spanish Nneedle with Tonga Bean

Spanish Needle en Tonga Bean in een berm in Li—eind november.

Flowers Spanish Needle

De bloemen van de Spanish Needle (Bidens pilosa) in het district Li van Lamphun

De fraaiste en misschien uitbundigst bloeiende van deze drie is Bidens pilosa die in Thailand Puen Nok Sai (ปืนนกไส้) heet. In het Engels wordt hij wel Spanish Needle genoemd.
De hoofdstengel van de plant vertakt zich in twee korte zijstengels met aan het eind een aantal bloemsteeltjes. Rond het gele hartje van de ‘bloem’ zijn meestal vijf (soms meer) witte ‘bloemblaadjes’ die snel uitvallen. De buitenrand van deze bloembladjes heeft twee ondiepe insnijdingen. Dit plantje is verwant aan het Europese tandzaad (Bidens spec.), al lijkt het er niet sterk op.

Veel schrieler en in het algemeen kleiner is Tridax procumbens waarvan de vijf witte, wijd uit elkaar staande ‘bloemblaadjes’ twee veel diepere insnijdingen hebben, zodat die een beetje op een voetje lijken. De Thaise naam is daarom ook Tin Tukkae (ตีนตุ๊กแก—‘voet van de pantergekko’).

Tridax, plant

Tridax procumbens—september.

Tridax, bloem

Bloem van Tridax procumbens.

De kleine bloempjes zitten aan een lange onvertakte steel die uit een soort van rozetje van gekartelde blaadjes (die wat lijken op de blaadjes van de brandnetel) voortkomt. Het gehele plantje (stengels, bladeren en de bracten—de schutblaadjes van de bloemhoofdjes) is sterk behaard. Het is een typisch akkeronkruid, maar de plant kan ook in je tuin opduiken, tussen de tegels en op kale stukjes grond.

En dan is er nog de schriel ogende Galinsoga parviflora die sterk op de Tridax lijkt en in het Thais Thahan Kla (ทหารกล้า) wordt genoemd, wat overeenkomt met de Engelse naam ‘Gallant soldier’ (Smallflower Galinsoga is een andere naam). Dit is een uit Amerika geïmmigreerd onkruid, verwant aan het Europese Behaard Knoopkruid (Galinsoga ciliata).

Drie bijzonder algemene Thaise soorten ‘onkruid’ wil ik hier voor het gemak vangen onder de naam ‘stinkende dwergasters’.
Dwerg- slaat dan vooral op de bescheiden omvang van de witte of violette bloemkorfjes, niet op de plant zelf, want één ervan  kan tot een kleine struik uitgroeien. De Thais vinden dat deze planten stinken en hun naam begint dan ook met ‘Sap’ (=onprettige geur), gevolgd door een aantal onfrisse adjectieven. Persoonlijk vind ik dat het met die stank wel meevalt.

Tropical Ageratum

Tropical Ageratum—september.

Het fijnst en mooist is de Tropical Ageratum (Ageratum conyzoides), verwant aan de gecultiveerde potplant ‘ageratum’ met violette bloempjes. Als onkruid vind je het langs de weg en in de tuin, en vaak verovert de plant braakliggende velden.De plant wordt gewoonlijk niet hoger dan 50 cm. De Thais noemen hem Sap Raeng Sap Ka (สาบแร้งสาบกา)—dat betekent: ‘Gierenstank, kraaienstank’.

Daarentegen kan Jack-in-the-bush (Eupatorium odoratum) gemakkelijk twee meter hoog worden. De bloemkorfjes in de knop zijn lichtviolet en verbleken tot wit wanneer ze open gaan. Kenmerkend zijn de stijlen van de individuele bloempjes die als gebogen draadjes boven het korfje uitsteken of bengelen.

De latijnse naam laat zien dat de plant verwant is aan het Europese leverkruid (Eupatorium cannabidum), al heeft hij er op het eerste gezicht weinig van weg.
De naam verraadt ook dat hij onaangenaam geurt, vooral als je de blaadjes fijn wrijft.
Ondanks de stank van de plant worden de bloemen druk bezocht door allerlei insekten, waaronder bijen en vlinders.

What’s in a name ?
Het woord ‘kamille’ komt van het Griekse khamai-mêlon, wat letterlijk ‘appel op de aarde’ betekent. De geur van de bloesem zou doen denken aan die van appels. Maar bij de Thaise kamilles is de appelgeur ver te zoeken, vind ik.
De naam ‘madeliefje’ van het plantje Bellis perennis, dat doorgaans een ingetogen bestaan leidt in de Hollandse grasvelden, is moeilijker te verklaren. In het middelnederlands heet het plantje mātelieve en misschien komt dat van het oudhoogduitse mad, dat weer een afleiding van maaien is, en weide of hooiland betekent. Een andere mogelijke bron is het middelnederlandse māte dat onbeduidend of klein betekent en goed van toepassing is op een nietig plantje als het madeliefje. Een wat ver gezochte mogelijkheid is dat made- van het germaanse mati komt, dat spijs betekent—het bloempje zou als eetlustopwekkend beschouwd zijn. Het zou ook een verbastering van Maria lieve kunnen zijn—in het oostnederlands bestaat de naam mariabloem. Het Engese woord daisy is gemakkelijk te verklaren: een verbastering van ‘day’ en eye’. De Nederlandse naam aster levert ook geen probleem: aster betekent ‘ster’.

De Thais noemen de plant Sap Suea (สาบเสือ), wat ‘Tijger stank’ betekent, Men Sap (เหม็นสาบ, ‘Stink stank’) of Ya Dok Khao (หญ่าดอกขาว, ‘Kruid met witte bloemen’).

Jack-in-the-bush

Jack-in-the-bush samen met de Railway Creeper op braakliggend terrein.

Bloemen Jack-in-the-bush

De bloemen van Jack-in-the-bush worden door talloze insekten bezocht—december.

Het is een enorme woekeraar, die overal in de bergen op de loer ligt land te veroveren zodra er ontbost en gecleard wordt en er open plekken ontstaan. Dat aggressieve gedrag is typisch voor exoten en dat is Jack inderdaad—ooit uit Centraal-Amerika overgewaaid.
De Engelse naam Siam Weed is ook typisch voor een weinig welkom gewas, tenminste bekeken vanuit het perspectief van een ander land buiten Siam, zoals Thailand vroeger werd genoemd. (Een ander voorbeeld waarin de geografische herkomst van een plant in negatieve zin ligt opgesloten is Java Weed, de waterhyacinth, die in heel Zuidoost-Azië een plaag werd, maar kennelijk het eerst op Java was geïntroduceerd.)
In feite komt deze waterplant uit het zuiden van de Verenigde Staten en Centraal-Amerika.

In 1914 maakte de Brit Reginald Le May een lange reis door Noord-Thailand en de vegetatie die hij tussen Nan en Chiang Kham beschrijft suggereert dat het stinkgewas toen al grote delen van Noord-Thailand had veroverd: ‘At length we left the forest and passed along a narrow path between banks of a sickly, flowering, purple weed, called ‘Yā müang wai’ or ‘the grass that overwhelms cities’, which springs up in the North wherever much felling of timber has taken place, and of which, where this year there are ten plants, next year there will be ten thousand.’ (Le May, 1986: 183).

Eupatorium adenophorum

Eupatorium adenophorum in de bergen van Pai op een hoogte van 1400 meter—maart.

Bloemkorfjes van E. adenophorum

De bloemkorfjes van E. adenophorum.

In een recent Thais onkruidengidsje (Kanchanakun, 2011) komt de naam Ya Mueang Wai, die Le May noemt, ook voor, naast een stuk of twintig andere locale namen. Daaronder vinden we tevens Ya Farangset (‘Frans kruid’) en twee namen met ‘Farang’ (‘westerling’) erin, die eveneens aantonen dat de Thai zich er al lang van bewust was dat dit stinkende gewas een vreemde indringer is. Daarbij moet worden aangetekend dat in plantennamen farang niet zozeer ‘westers’ betekent, als wel ‘uitheems’.

Een verwante soort is Eupatorium adenophorum, de Sap Ma (สาบหมา, ‘Hondenstank’) die vrijwel uitsluitend in de bergen te vinden is op een hoogte boven de 800 meter en daar op open plaatsen kan woekeren. Kenmerkend voor deze fraaie plant zijn de donkerrode of bruinrode stengels en de bloemkorfjes die in de knop rood, maar geheel ontloken vrijwel wit zijn.
Ook deze soort is niet inheems, maar komt uit Europa en Amerika. Het gewas is meerjarig en kan twee meter hoog worden.

Fireweed

Fireweed—september.

Bloemkorfjes Fireweed.

Bloemkorfjes Fireweed.

Een ander geïntroduceerd woerkeronkruid, afkomstig uit Afrika, is het eenjarige Fireweed of Velvet Plant (Crassocephalum crepidioides) met kleine, langwerpge, bekervormige bloemkorfjes die aan de bovenkant rood zijn.De bloemen zijn snel uitgebloeid en dan ontstaat er net als bij de paardenbloem een mooi ragebolletje, maar in een regenbui verandert dat in slierten van de pluizige zaadjes.Ook deze plant vind je vooral in braakliggende velden, bij vuilstortplaatsen, en dergelijke.
Hij is het algemeenst in de bergen van Noord-Thailand en wordt door de bergvolkeren wel gegeten of aan de varkens gevoerd.
De plant heeft een groot aantal verschillende lokale namen, waarvan Phak Phet Maeo (ผักเผ็ดแมว, ‘Scherpe groente van de Hmong’) de bekendste is.
Maeo (Meo) is de naam waarmee de Thais de Hmong aanduiden. Andere namen voor dit kruid zijn Pak Kat Chang en Phak Kat Khamu.

Bloembouw van Composieten
De leden van de familie der Asteraceae zijn overwegend kruiden. De bloeiwijze is een korfje. De bloedbodem ervan draagt de ongesteelde munuskule bloempjes met buis- of lintvormige kroon. De 5 meeldraden vormen een kokertje. Het korfje is omgeven door een uitvele blaadjes bestaand ‘omwindsel’. Simpson omschrijft het aldus in zijn indrukwekkende leerboek van de plantensystematiek uit 2006: ‘Mostly herbs and shrubs…The ‘inflorescence’ consists of one or more heads (capitula) arranged in various secundary inflorescences, each head consisting of a flat to conical compound receptacle that bears one to many flowers (developing centripetally) and is subtended by one or more series of bracts, the phyllaries (collectively termed involucre)..The calyx, known as pappus, is modified as 2-∞ (sometimes connate) awns, scales, or capillary bristles (typically barbed or plumose)…’ Die pluisjes kennen we allemaal als de minuskule parachuutjes waarmee de zaadjes door de wind verspreid worden.

Wedelia trilobata

Wedelia trilobata, Doi Saket District, Chiang Mai—midden-september.

De Climbing Wedelia (Wedelia trilobata) is een andere uitheemse composiet (uit tropisch Amerika) die vaak langs wegen groeit. De glanzende donkergroene blaadjes vormen een dicht tapijt waarboven de silitaire gele bloempjes uitsteken. De plant is ook grootschalig gecultiveerd en in Thailand veel verwilderd. De Thaise naam luidt Kradum Thong Lueai (กระดอมทองเลื้อย).

Een opvallende klimplant onder de Composieten is Mikania cordata met 5 uiterst sierlijke witte bloempjes verenigd in een korfje.
Honderden korfjes vormen grote vertakte trossen die in het najaar truiken, muren, heggen, hekken en telefoonpalen in hun geheel kunnen bedekken.
Soms ontstaan grillige en kunstzinnige creaties. De spoken die de Thais ‘s avonds vaak tegen het lijf lopen komen  misschien wel voor een deel op rekening van dit gewas. De woekerkunstwerken zien eruit als golven van schuim, een enorme opgeklopte mousse van appel of avocado.
Vaak is deze Mikania in een strijd om het Lebensraum gewikkeld met andere klimplanten, zoals Ipomoea hederifolia uit de familie der Convolvulaceae met zijn felrode klokvormige bloemetjes. De combinatie met de schuimende Mikania is een streling voor het oog.

Mikania cordata.

Uitbundige Mikania cordata in november.

Bloemkorfjes Mikania

De bloemkorfjes van Mikania.

In december beginnen beide planten snel te verdorren en een deel wordt later verteerd door de vlammen van de brandjes die overal door de bermen trekken.

In het Thais heet dit onkruid Yap Khi Kai (ยาบขี้ไก่, ‘Kippenstront Yap’). Mensen die graag tuinieren kunnen dit woekergewas haten en in DokmaiDogma, het blog van Chiang Mais Dokmai Garden stonden eens recepten hoe je dit gewas het best kunt verdelgen.

Uitheems

Al die van oorsprong uitheemse composieten (en dat geldt ook voor een aantal uitheemse kruiden uit andere plantenfamilies) bepalen zo sterk het floristisch uiterlijk van Noord-Thailand dat je je afvraagt hoe de Thaise natuur eruit zag voordat de vreemde indringers geïntroduceerd werden, wat voor de meeste wellicht na het jaar 1500 het geval was.

Opmerkelijk is hoe weinig praktische toepassingen deze veelal uitheemse gewassen in Thailand hebben. Het Phak Phet Maeo wordt wel gegeten en hier en daar aan het vee gevoerd en in de kruidengeneeskunde worden de blaadjes van diverse soorten als bloedstelpend middel op wonden gelegd of gebruikt voor de behandeling van ontstoken wonden. En dat is zo’n beetje alles.

Maar enkele gecultiveerde Composieten worden in Thailand op ruime schaal verbouwd.

Gekweekte zonnebloemen.

Gekweekte zonnebloemen.

Paritosh met een van zijn zonnebloemen.

Paritosh met een van zijn zonnebloemen.

In de eerste plaats zonnebloemen. Het knabbelen op de zonnebloempitten is een van de voornaamste Thaise vrijetijdsbestedingen. Lange treinritten worden gemakkelijker overbrugd met een zak zonnepitten.

De provincie Lopburi is een bekend productiecentrum, maar ik ben velden met bloeiende zonnebloemen (in december) ook op andere plaatsen tegengekomen, zoals iets buiten Chiang Mai en in de districten Phop Phra en Mae Sot van de provincie Tak.

De Amsterdamse kunstschilder Paritosh (Klaas Julsing) is een groot liefhebber van zonnebloemen en heeft er vele geschilderd. Ik vind zijn creaties niet onder doen voor de zonnebloemen van Van Gogh en bovendien lijken ze een stuk beter. Daar komt nog eens bij dat zijn doeken een stuk betaalbaarder zijn. Koop zo’n doek om je huis wat kleur te geven! : http://paritosh.exto.nl

Gobo.

Gobo, de eetbare penwortel van een distel. Chiang Dao, juni 2006.

Chrysanten en asters worden op grote schaal in kassen in de bergen gekweekt, vaak door de Hmong en niet zelden als uitvloeisel van de zogenaamde Koninklijke Projecten, zoals op Doi Inthanon en op en rond Doi Suthep.

Op de bloemenafdeling van de Kat Luang, Chiang Mais grote markt aan de rivier de Ping, is een enorm en gevarieerd aanbod. Er worden niet alleen woningen met de bloemen opgevrolijkt, ze worden ook veel bij geestenhuizen geofferd.

Een weinig bekende gecultiveerde Composiet is de Burdock, de Engelse naam voor een distel waarvan de lange penwortel in het verleden veel in Europa werd gegeten. Nu is deze wortel geliefd in Japan en staat er bekend als Gobo. Er bestaan talloze recepten voor het bereiden van Gobo.

Sinds een aantal jaren wordt de distel ook hier en daar in Thailand verbouwd, zoals door Lisu in de bergen van Chiang Dao. En ik heb het wortelgewas ook al eens zien liggen in de schappen van een supermarkt in Chiang Mai.

©SJON HAUSER: tekst en foto’s

Gobo oogst in Chiang Dao.

Gobo oogst in Chiang Dao.

Literatuur:

- Christiansen, M. Skytte, en H. Anthon, 1972 [1965]. Nieuwe flora in kleur. Moussault, Amsterdam.

De Vries, J. en F. de Tollenaere, 2004 [1958]. Etymologisch Woordenboek. Onze woorden, hun oorsprong en ontwikkeling. Het Spectrum, Utrecht.

- Jacquat, Christiane, 1990. Plants from the Markets of Thailand. Editions Duang Kamol, Bangkok.

- Kanchanakun, Setthaman, 2011. Ya Lae Phuet Khlum Din [Groundcover]. Setthasilp, Bangkok. [in Thai]

- LeMay, Reginald, 1986 [1926]. An Asian Arcady. The Land and Peoples of Northern Siam. White Lotus, Bangkok.

- Matchachip, Surachai, 1995. Wat(cha)phuet Nai Prathet Thai. Phrae Phitthaya, Bangkok. [in Thai]

- McMakin, Patrick D., 1993 [1988]. Flowering Plants of Thailand. A Field Guide. White Lotus, Bangkok.

- Simpson, Michael G., 2006. Plant Systematics. Elsevier Academic Press, Amsterdam.

NIEUW!!
Leerzame hersengymnastiek voor expats.

Nederlander en expat in Thailand? Al wat predement, maar niet van plan je uit het veld te laten slaan door de geriatrische ‘end solution’ van het Rutte-regime? Voel je fris en lekker in Thailand en houd je hersens jong met de volgende vragen en opdrachten:

■  Maak zelf een aantal mooie zinnen met daarin de namen van minstens vier Composieten verborgen, zoals: Met zijn Guldenroede spoot Wilde Bertram een Fijnstraal van Streepzaad in zijn Madeliefje.

Om je te helpen nog enkele Nederlandse namen van Composieten: Duizendblad, Hoefblad, (Jacobs) Kruiskruid, Cichorei, Zeedistel.

(De beste inzending vóór 1 november maakt kans op een schilderij van Paritosh. Als juryleden zullen Chiang Mais woordkunstenaar Robert von Hirschhorn en andere prominente litteratoren worden benaderd.)

■  Hoeveel soorten composieten zijn er in jouw tuintje te vinden, de geofferde chrysanten bij het geestenhuisje niet meegerekend?

■  Wat stinkt het ergst? Gierenstank-Kraaienstank, Tijgerstank of de gympies die voor de deur staan? Motiveer je antwoord in hooguit 60 woorden.