Coelognathus radiatus, de felle Copperhead Racer

Een copperhead racer afkomstig uit de bergen.

Een Copperhead Racer afkomstig uit de bergen van het district Thoeng, Chiang Rai, op een hoogte van ongeveer 1200 meter.

Het genus Coelognathus (Oriental racers of trinket snakes) bestaat uit forse, snelle slangen met een op doorsnede rond lichaam. Voorheen waren ze geplaatst binnen het genus Elaphe, tesamen met soorten uit Amerika, zoals de bekende en als huisdier populaire Corn Snake (Elaphe guttata). Op grond van anatomische en osteologische kenmerken, zowel als van de loci bij electroforetisch onderzoek, zijn nu zes soorten uit het Oosten samengebracht in het genus Coelognathus. (1) Dat ze afstammen van een gemeenschappelijke voorouder is bevestigd door moleculaire gegevens (mtDNA). (2) Twee soorten komen voor in Noord-Thailand, de daar zeldzame ‘Common Malayan Racer’ (Coelognathus flavolineatus) en de copperhead racer  (Coelognathus radiatus), een van algemeenste slangen in de regio.

Copperhead(ed) Racer (Coelognathus radiatus)

De slang wordt ook wel de Radiated Racer of Radiated Trinket Snake genoemd. Nog niet zo lang geleden was zijn Latijnse naam Elaphe radiata.

Thaise naam: ngu thang maphrao - งูทางมะพร้าว

Deze fraaie, levendige slang kan een lengte van meer dan twee meter bereiken. Hij is voornamelijk overdag actief en jaagt dan op warmbloedige dieren (zoals knaagdieren) en op hagedisssen die hij zo nodig wurgt voordat hij ze verobert. Copperhead racers die in de buurt van grotten leven jagen er soms op vleermuizen. Deze slang is zeer algemeen in Thailand, inclusief Noord-Thailand, en komt wijd verspreid voor in Zuidoost-Azië, zuidelijk China en delen van India.

Een jonge copperhead racer uit het district Mae On.

Een jonge Copperhead Racer uit het district Doi Saket, Chiang Mai, gevonden op een hoogte van 1200 meter.

Copperhead racer met karakteristieke defensieve houding .

Hetzelfde exemplaar van de foto hiernaast heeft een defensieve houding aangenomen.

De Engelse naam verwijst naar de koperkleurige kop. Twee korte, zwarte strepen lopen van de onderkant van het oog naar de rand van de bovenkaak, een derde langere streep van de achterkant van het oog naar een zwart dwarsbandje achter de kop.  Over de voorste helft van het lichaam lopen twee paar zwarte, gedeeeltelijk gebroken lengtestrepen met witte vegen ernaast; de bovenste is beduidend breder dan de onderste. Dit boeiende patroon aan de voorkant contrasteert sterk met de nogal saaie, eenvormige grijsbruine kleur van het achterste deel van het lichaam en de staart. De middelste rijen schubben zijn aan de achterkant van het lichaam gekield, maar bij de rest van de dorsale schubben ontbreekt een kiel. De buik is grijs en glanst als parelmoer.

De copperhead racer voelt zich thuis in verscheidene habitats maar wordt het meest aangetroffen in tamelijk open terrein, zoals in cultuur gebracht land in de buurt van dorpen. Maar je vindt hem ook in ongerept bos, zowel in droog bos met veel bladverliezende boomsoorten als in evergreen bos. Hij is algemeen in het laagland en in de lage heuvels, maar wordt ook regelmatig hoog in de bergen aangetroffen — dan meestal in de buurt van menselijke bewoning.

Op een website wordt de indruk gewekt dat hij zich ‘vooral in kokospalmplantages’ ophoudt. (3) Deze onzinnige bewering berust waarschijnlijk op een verkeerde interpretatie van de Thaise naam ngu thang maphraoMaphrao is Thai voor kokosnoot, maar de slang is genoemd naar de gelijkenis met de thang maphrao (centrale bladnerf) van de grote bladeren van de kokospalm. (4)

Als deze slang gestoord wordt vergroot hij zijn nek die daarbij zijdelings wordt afgeplat. Tegelijkertijd wordt het voorste deel van zijn lichaam in een aantal bochten gegooid en vanuit deze verdedigingshouding bijt hij naar alles wat in de buurt komt. Vanwege dit felle gedrag is hij een lieveling in de shows bij de sommige slangenboerderijen.

Een juveniele copperhead racer uit het district Ao Luek, Krabi.

Een juveniel uit het district Ao Luek, Krabi. Goed zichtbaar zijn de drie zwarte lijnen die uitstralen vanaf het oog, waarvan er een contact maakt met een zwarte lijn die dwars over de achterkant van de kop loopt.

Bij een dier dat bedreigd wordt, of dat van zich af bijt als het gevangen wordt, kan aan dit felle gedrag een eind komen wanneer het opeens doet alsof het dood is. De slang gaat dan op zijn rug liggen en toont de lichter gekleurde buik. De bek is dan meestal geopend. Zo blijft hij enige tijd (enkele minuten) roerloos liggen. Als de kust veilig is komt hij voorzichtig weer tot leven en kruipt weg.

Dit schijndood spelen (thanatosis) is bekend van een twintigtal slangensoorten, waaronder ook de Europese ringslang (Natrix natrix). Bij de Copperhead Racer in Thailand is het al lang bekend. In een Thais boek over slangen staat zelfs een foto van een schijndood exemplaar afgebeeld (5), terwijl ik het gedrag eens terloops in een artikel heb vermeld. (6) Het is echter sinds kort goed gedocumenteerd. (7) Bij dieren die enige tijd in gevangenschap geleefd hebben is thanatosis waarschijnlijk niet meer op te wekken.

De Copperhead Racer geldt als het prototype van een niet-giftige slang. In de meeste bronnen wordt de karakteristieke defensieve houding van het dier vermeld (8), zijn sterke neiging tot bijten (9) en dat hij als ongevaarlijk wordt beschouwd. (10)

Er bestaat een video van een slangenbezweerder in Ang Thong (Centraal-Thailand) die zich tijdens de show en demonstratie frequent in armen en borst liet bijten door Copperhead Racers en er kennelijk geen nadelige gevolgen van ondervond.

De slang bezit echter wel klieren van Duvernoy (‘gifklieren’) en het was een verrassing toen in het secreet ervan een krachtig neurotoxine (α-colubritoxine) werd aangetoond. (11)

Het is opmerkelijk dat in (Noord-)Thailand de Copperhead Racer in tegenstelling tot de ngu sing (Indo-Chinese Rat Snake en Common Rat Snake) als voedsel niet populair is, hoewel het een grote, veel voorkomende slang is en de smaak voortreffelijk is en niet merkbaar verschilt van die van rat snakes.
©Sjon Hauser: tekst en foto’s

Confrontatie tussen copperhead racer en mock viper in gevangenschap.

Een confrontatie tussen een jonge Copperhead Racer (rechts) en een Mock Viper (Psammodynastes pulverulentus) in gevangenschap: beide dieren nemen een vergelijkbare dreighouding aan.

Voetnoten:

1. Helfenberger, Notker, 2001. Phylogenetic relationships of Old World ratsnakes based on visceral organ topography, osteology, and allozyme variation. Russian Journal of Herpetology, 7 (Supplement): 1-62.

2. Utiger Urs, Beat Schätti and Notker Helfenberger, 2005. The oriental Colubrine genus Coelognathus Fitzinger, 1843, and classification of Old and New World ratsnakes (Reptilia, Squamata, Colubridae, Colubrinae). Russian Journal of Herpetology, 12 (1): 39-60.

3. www.siam-info.de/english/snakes.

4. Cox, Merel, J., 1991. The snakes of Thailand and their husbandry. Krieger, Malabar, Florida: 477.

5. Jintakune, Paibun, 2000. Ngu phit nai prathet thai [Venomous snakes in Thailand]. Tichon, Bangkok: 71. [in Thai].

6. Hauser, Sjon, 2004. Some snakes in and around Chiang Mai. Guidelines Chiang Mai, March 2004: 47.

7. Vogel, Gernot, and Hans Kam Han-Yuen, 2010. Death feigning behavior in three Colubrid species of tropical Asia.  Russian Journal of Herpetology 17 (1): 15-21.

8. Das, Indraneil, 2010. A Field Guide to the Reptiles of Thailand and South-East Asia. Asia Books, Bangkok: 273; Cox, Merel J., Peter Paul van Dijk, Jarujin Nabhitabhata, and Kumthorn Thirakhupt,1998. A Photographic Guide to Snakes and other Reptiles of Thailand and South-East Asia. Asia Books, Bangkok: 51.

9. Cox et al., 1998, ibid.: 51.

10. www.siam-info.de/english/snakes.

11. Fry, Bryan G., Natalie G. Lumsden, Wolfgang Wüster, Janith Wickramaratna, Wayne C. Hodgson, and R. Manjunatha Kini, 2003. Isolation of a neurotoxin (α-colubritoxin) from a nonvenomous Colubrid: evidence for early origin of venom in snakes. Journal of Molecular Evolution 57: 446-452.