Chrysopelea ornata, de vliegende Golden Tree Snake

Een golden tree snake uit Chiang Mai.

Een Golden Tree Snake uit het Mueang district van Chiang Mai.

De slangen van het Aziatische geslacht Chrysopelea worden ook wel de ‘vliegende slangen’ genoemd vanwege hun ongebruikelijke manier zich vanuit bomen te  lanceren: door hun lichaam af te platten kunnen ze een glijvlucht van vijftig meter maken zonder bij de landing gewond te raken.

Tweedie schrijft hierover: ‘De ventrale schubben zijn gekield en hebben inkepingen, net als bij de bronzebacks, en een deel van de buik tussen de kielen kan worden ingetrokken zodat het lichaam een halve cilinder wordt, vergelijkbaar met een halve gespleten bamboe. Door zichzelf vanaf een tak te lanceren en de concave zijde van zijn lichaam aan de onderkant te houden slaagt de slang erin er als een parachute een kussentje lucht onder te vangen, waardoor de afdaling meer een gecontroleerde glijvlucht wordt dan een vrije val.’(1)
In Singapore is driedimensionaal kinematisch onderzoek gedaan naar de vlucht bij Chrysopelea paradisi. Daarbij bleek dat deze gecompliceerder is dan bij bijvoorbeeld zweefvliegers met tweezijdig vergrote huidplooien (zoals vliegende eekhoorns). Golvende bewegingen van het lichaam spelen daarbij een belangrijke rol en maken een zekere mate van manoeuvreren mogelijk. (2)

tekening in vluchtIn Thailand komen drie soorten voor, waarvan er twee beperkt zijn tot het regenwoud in het zuiden. Maar één soort, de Golden Tree Snake, is wijd verspreid en algemeen in het gehele land, inclusief het noorden, en komt voor in een groot deel van tropisch Azië — het areaal strekt zich uit van India tot Vietnam.(3)

Golden Tree Snake (Chrysopelea ornata)

Thaise naam: ngu khieo phra in – งูเขียวพระอินทร์

Deze fraaie, behendige en snelle slang is van middelbare grootte en kan een lengte van 130 cm bereiken. Hij is zeer algemeen en komt voor in een aantal verschillende habitats, zoals bos, plantages en de bebouwde kom, waar hij op kleine knaagdieren, vogels, hagedissen en kikkers jaagt. Je vindt hem vaak in woningen waar hij soms onder het dak nestelt. Dankzij de gekielde buikschubben met inkepingen heeft hij een goede greep op muren en bomen en is hij een buitengewoon vaardig klimmer. In woningen kan hij soms op muren tot aan de plafonds worden waargenomen.

Details kop golden tree snake.

Details van de kop van de Golden Tree Snake. Dit exemplaar komt uit het district Hot in Chiang Mai.

De rugschubben zijn bleekgroen met zwarte randen en een zwarte apical pit en zijn vooral aan de achterzijde grotendeels  zwart. In de lengte van de schub loopt een dunne zwarte lijn. Op een afstand is de slang donker grijsgroen, veel minder levendig van kleur dan de meeste groene slangen, zoals whip snakes en pit vipers. Van dichtbij bekeken is het echter een prachtig dier met een heel fijn zwart-groen patroon. De dorsale schubben van de middelste rijen zijn soms zwak gekield.

De zwarte kop is goed te onderscheiden van de nek; een soort masker wordt gevormd door een aantal bleekgroene dwarsbanden. De ogen zijn groot met een zwarte, ronde pupil en een roodbruine iris. De groene lichaamskleur en het masker hebben de slang waarschijnlijk de Thaise naam ngu khieo phra in (‘Indra green snake’) gegeven — naar de groene hindoegod Indra die in Thailand phra in heet en er ook vereerd wordt.

De keel en de buik zijn lichtgeel en er zijn zwarte stippen aan de buitenkant van de inkepingen in de ventrale schubben.

Deze slangen zijn voornamelijk overdag actief. Het dieet bestaat uit gekko’s, agames en andere hagedissen, kikkers, vogels en muizen. Dankzij hun klimvaardigheden kunnen ze bij vogelnesten komen die voor andere  slangen niet te bereiken zijn. Voor dieren die in en nabij woningen leven zijn gekko’s een belangrijk prooi. Gewoonlijk worden die gegrepen en direct daarop verzwolgen.

Golden tree snake in dry dipterocarp forest.

Deze volwassen Golden Tree Snake werd aangetroffen in dry dipterocarp forest in het district Ban Khok, Uttaradit.

Groot prooi, zoals een tukkae (de pantergekko, Gecko gekko) wordt soms eerst gewurgd, maar wordt ook wel levend verslonden. Grossmann nam in Maleisië waar hoe een 130 cm lange golden tree snake een volwassen pantergekko van meer dan 30 cm lang overmeesterde. Het duurde een uur voordat hij de brede kop naar binnen had en al die tijd bleef de gekko zich verzetten. (4) Dat wijst erop dat het gif van de slang ook gekko’s grotendeels onberoerd laat.

Volgens Noord-Thaise folklore heeft de slang een bijzondere band met de tukkae. Men gelooft dat hij in de bek van de tukkae kruipt om de lever van dez pantergekko te verorberen. Ngu khieo kin tap tukkae (‘De groene slang eet de lever van de tukkae’) luidt een gezegde. Sommige dorpelingen zweren dat ze gezien hebben dat zo’n slang uit de bek van een pantergekko bengelde, maar uiteindelijk weer ongedeerd daaruit tevoorschijn kroop; ook de gekko zou de ingreep overleven. Mogelijk heeft het langdurige, warrige gevecht tussen slang en tukkae tot het gezegde geleid, temeer daar het zal kunnen gebeuren dat de tukkae zich aan de slang vastbijt of de slang de strijd opgeeft. (5)

GULZIGE DIEREN: In een terrarium heb ik waargenomen dat een Golden Tree Snake twee muizen tegelijkertijd wurgde. Nadat hij één muis had gegrepen en in een wurggreep genomen, richtte hij zijn aandacht op een andere muis. Die greep hij vervolgens ook en wurgde hem met een andere lus van zijn lichaam. Met beide muizen in een wurggreep deed de slang zelfs nog een poging een kleine kikker te pakken. Na enige tijd begon hij echter één van de muizen te verzwelgen. Het duurde niet lang tot de muis naar binnen was. Daarop begon de slang direct de tweede muis te verorberen.

In gevangenschap vertoont de Golden Tree Snakes in het algemeen een goede eetlust, hoewel sommige dieren erg schuw blijven en zich meteen verstoppen wanneer ze je aanwezigheid bemerken.

Morf Mae Hong Son

Een andere roadkill uit Mae Hong Son met oranjerode stippen over de wervelkolom en zwarte dwarsbandjes.

andere morf MHS

Een exemplaar met oranje rugvlekken uit het Mueang-district van Mae Hong Son.

Ik ben het met Anslem de Silva eens dat het temperament van deze dieren individueel sterk kan verschillen. Hij nam waar dat de meeste dieren op Sri Lanka ‘buitengewoon nerveus zijn en bij de geringste provocatie bijten, terwijl sommige dociel zijn en aangepakt kunnen worden zonder dat men gebeten wordt.’ (6) Het gif komt vrij langs een gegroefde, iets vergrote tand achterin de bovenkaak en wordt als ongevaarlijk voor mensen beschouwd. Onderzoekers op Sri Lanka die stevig door deze slangen werden gebeten, vertoonden geen enkele reactie op de plaats van de beet. (7)

De Thaise exemplaren behoren tot de ondersoort Chrysopelea ornata ornatissima. (8) Het is een zeer algemene slang in geheel Thailand, inclusief het noorden. Chrysopelea ornata ornata, de ondersoort bekend uit India en Sri Lanka, heeft oranjerode ronde vlekken op de wervelkolom die door zwarte dwarsbanden van elkaar zijn gescheiden. (9). In de districten Khun Yuam, Mueang en Pang Mapha van Mae Hong Song, nabij de grens met Myanmar, kwam ik wel eens exemplaren tegen met zulke vertebrale vlekken en zwarte dwarsbanden, al waren ze minder duidelijk dan bij de dieren uit India en Sri Lanka. Misschien betreft het de Indiase ondersoort  of een overgangsvorm tussen de beide ondersoorten.

De wijfjes van de Golden Tree snake leggen 6-10 eieren. De jonge dieren hebben een zestigtal dunne lichtgroene dwarsbandjes over het lichaam.
©Sjon Hauser: tekst en foto’s.

Een golden tree snake klimt loodrecht omhoog langs een raamkozijn.

Een Golden Tree Snake klimt loodrecht omhoog langs een raamkozijn.

Voetnoten:

1. Tweedie, M. W. F., 1953. The Snakes of Malaya. Gouvernment Printing Office, Singapore: 56. Voor de glijvluchten zie ook: Lang, Ruud de, and Gernot Vogel, 2005. The snakes of Sulawesi. A field guide to the land snakes of Sulawesi with identification keys. Edition Chimaira, Frankfurt am Main, 2005: 109.

2. Socha, John J., 2002. Gliding flight in the paradise tree snake. Nature 418, 8 August 2002: 603-604.

3. Cox, Merel J., Peter Paul van Dijk, Jarujin Nabhitabhata, and Kumthorn Thirakhupt,1998. A Photographic Guide to Snakes and other Reptiles of Thailand and South-East Asia. Asia Books, Bangkok: 66; Das, Indraneil, 2010. A Field Guide to the Reptiles of Thailand and South-East Asia. Asia Books, Bangkok: 272.

4. Grossmann, Wolfgang, 1999. Große Echsen als Beute der Schmuckbaumschlange Chrysopelea ornata ornatissima Werner, 1925. Sauria, Berlin, 21 (3): 3-6.

5. Het is ook mogelijk dat een Golden Tree Snake en een tukkae soms tegelijkertijd hetzelfde kleinere prooi grijpen en willen verorberen.

6. Silva, Anslem de, 1990. Venomous snakes, their bites and treatment in Sri Lanka. In: Snakes of medical importance (Asia-Pacific region) (P. Gopalakrishnakone and L. M. Chou, eds.), p. 479-556. Venom and Toxin Research Group, University of Singapore: 493.

7. Silva, Anslem de, 1990, ibid.: 493.

8. David, Patrick, Merel J. Cox, Oliver S. G. Pauwels, Lawan Chanhome, and Kumthorn Thirakhup, 2004. Book Review. When a book review is not sufficient to say all: an in-depth analysis of a recent book on the snakes of Thailand, with an updated checklist of the snakes of the Kingdom. The Natural History Journal of Chulalongkorn University 4(1): 47-80, April 2004: p. 71.

9. Silva, Anslem de, 1990, ibid.: 493; Das, Indraneil, 2002. A photographic guide to snakes and other reptiles of India. New Holland Publishers, London: 27.