Calamaria, een geslacht van kleine fossoriale reed snakes

Variable reed snake

Een Variable Reed Snake uit het Mae Wang district van Chiang Mai, gevonden op een hoogte van ca. 1200 meter.

Calamaria

(reed snakes)

Calamaria is een groot geslacht met meer dan zestig soorten kleine slangen bekend uit het Oosten. De verspreiding van de meeste soorten is beperkt tot delen van insulair Zuidoost-Azië. Gedurende de afgelopen jaren is een aantal nieuwe soorten beschreven, alleen al vier zijn er gevonden in Vietnam.(1)

Het lichaam van deze dieren is over het grootste deel van de lengte ongeveer even dik en daarop slaat de naam ‘reed snakes’. De staart is zeer kort, minder dan 8 procent van de totale lichaamslengte. De dieren zijn fossoriaal en brengen de meeste tijd in de aarde of humus door. Dat is de reden dat je ze niet vaak ziet, ondanks het feit dat sommige soorten waarschijnlijk algemeen zijn.

In Noord-Thailand komen ten minste twee soorten reed snakes voor, de Variable Reed Snake (Calamaria lumbricoidea) en de Collared Reed Snake (Calamaria pavimentata).

Variable Reed Snake (Calamaria lumbricoidea)

Thaise naam: ngu phong o lak lai – งูพงอ้อหลากลาย

variable reed snake Umphang

Een Variable Reed Snake uit het district Umphang in Tak toont zijn glanzende, iriserende purperbruine rugkant.

Dit mooie slanke slangetje is tamelijk algemeen in de bergen op een hoogte van 1000-1700 meter, maar zit meestal verborgen in de humus.
Soms maakt hij bovengrondse uitstapjes, meestal ‘s nachts of in de schemeruurtjes.

De rug van dit dier is zwart of donker purperbruin, de irisering van de gladde schubben evenaart die van de sunbeam snake (Xenopeltis unicolor).
Het lichaam is rond, misschien iets dorsoventraal afgeplat.

De kop is plat en er is geen overgang te zien tussen kop en nek.
De schilden van de kop zijn groot en de zwarte ogen zijn klein.

De staart is kort — minder dan zeven procent van de totale lichaamslengte — en dik en loopt abrupt uit in een scherpe punt.

Het dier kan een totale lengte van 60 cm bereiken en is waarschijnlijk de grootste onder de reed snakes.

buikzijde var reed snake

De gele buik van hetzelfde exemplaar als in bovenstaande foto.

kop

De kop van dichtbij bekeken. Goed te zien zijn het kleine zwarte oog en de sterk iriserende kopschilden.

De Thaise naam is een vertaling van de Engelse naam.
Voor de Noord-Thaise exemplaren is die naam niet zo treffend, want met die variabiliteit valt het nogal mee. De meeste dieren hebben geen patroon en de rug is altijd purperbruin tot zwart.

Wel varieert de buikkleur (die zich voortzet in de buitenste rij dorsale schubben) van zwak oranje (Doi Suthep) en fel oranje (Doi Inthanon) tot fel geel (Umphang).

De juvenielen verschillen echter sterk van de volwassen dieren: ze hebben een knalrode of roze kop en over het lichaam lopen dunne gele of witte dwarsbandjes. (2)

Deze slang leeft van regenwormen en andere kleine ongewervelde dieren, maar jaagt ook wel op kleine kikkers.

Behalve de genoemde locaties heb ik deze slang ook nog in een aantal andere berggebieden gevonden en waarschijnlijk is hij wijd verspreid in Noord-Thailand.

Hij komt ook voor in Zuid-Thailand en het Maleise schiereiland en een groot deel van insulair Zuidoost-Azië, waaronder Singapore, Borneo, Sumatra en de Filipijnen. (3)

 

Collared Reed Snake

(Calamaria pavimentata)

collared reed snake Pang Mapha

Een Collared Reed Snake uit het dal van Pang Mapha, Mae Hong Son. Het roze nekbandje en de twee roze bandjes op de staart zijn goed te zien. Foto: Little Eden Guesthouse (met dank).

kop

Zijaanzicht van een exemplaar gevonden in Chiang Mais Mae Taeng-district op een hoogte van 900 meter.

Deze slang wordt ook brown reed snake genoemd.

Thaise naam: ngu phong o thong lueangงูพงอ้อท้องเหลือง

Deze kleine slangetjes worden niet groter dan 35 cm. De rug is bruin, aanzienlijk lichter van kleur dan bij Calamaria lumbricoidea. De overgang tussen kop en nek is nauwelijks te zien. Het zwart van de kop zet zich even voort op de nek; daarachter is een roze nekbandje.

Op de staart bevinden zich ook twee roze bandjes: één vrijwel op de punt, de ander ongeveer een centimeter ervoor. De buik is geel en het thong lueang in de Thaise naam verwijst daarnaar. De ventrale schubben zijn echter bezaaid met kleine zwarte pigmentkorrels, die geconcentreerd zijn aan de randen.

Deze slangetjes worden niet vaak gezien en ook roadkills zijn schaars. Maar waarschijnlijk zijn ze tamelijk algemeen. Leden van Thaise bergvolkeren vertelden me dat ze vaak aan het licht komen wanneer ze met hun spades aan het spitten zijn in hun velden op de berghelingen.

Mae Taeng-exemplaar

Een juveniele Collared Reed Snake uit het district Mae Taeng, Chiang Mai, gevonden op een hoogte van ongeveer 900 meter boven zeeniveau.

buik Samoeng-exemplaar

De buikzijde van een exemplaar uit het district Samoeng, Chiang Mai.

Ze komen ook laag in de bergen voor en in de dalen, zoals Pai Valley en Pang Mapha Valley in Mae Hong Son.
Naast deze plaatsen en de vindplaatsen genoemd in de onderschriften van de foto’s is de soort bekend van Doi Suthep (4) in Chiang Mai. Mogelijk komt hij voor in het grootste deel van de Upper North.

Dit slangetje is bekend uit het grootste deel van continentaal Zuidoost-Azië en delen van Noord-India en Zuid-China. Hij komt  zelfs in Japan voor (5) en is waarschijnlijk de meest wijd verspreide soort onder de reed snakes.

©SJON HAUSER: TEKST EN FOTO’S

Noten:

(1) Daarvan is de meest recente Calamaria concolor uit de bergen van Centraal-Vietnam. Zie: Nikolai L. Orlov, Truong Quang Nguyen, Tao Thien Nguyen, Natalia B. Anajeva, and Cuc Thu Ho, 2010. A new species of the genus Calamaria (Squamata: Ophidia: Colubridae) from Thua Thien-Hue Province, Vietnam. Russian Journal of Herpetology 17 (3): 236-242.

(2) Indraneil Das, 2010. A Field Guide to the Reptiles of Thailand and South-East Asia. Asia Books, Bangkok: 100-101.

(3) Merel J. Cox, Peter Paul van Dijk, Jarujin Nabhitabhata, and Kumthorn Thirakhupt,1998. A Photographic Guide to Snakes and other Reptiles of Thailand and South-East Asia. Asia Books, Bangkok: 36.

(4) Calamaria siamensis in Edward H. Taylor, 1965. The serpents of Thailand and adjacent waters. The University of Kansas Science Bulletin, vol. 45 (No. 9), 609-1079 (p. 806-808).

(5) Das, 2010, ibid.: 270.