Boys Town-Phatthaya’s straatje voor flanerende nichten

poort van Boys Town

De ingang van Boys Town.

Boys Town (1)
Wat doet iemand als ik, wiens werk bestaat uit reizen door Thailand, het afstruinen van verre uithoeken op zoek naar de summiere fundamenten van Khmer-ruïnes, het trotseren van bloedzuigers en tijgers om in dicht regenwoud de zeldzame Rafflesia in bloei te zien en het in de verzengende hitte beklimmen van een heuvel om op de eenzame top een vergeten voetafdruk van de Boeddha te fotograferen. kortom iemand die dag in dag uit attracties buiten de gebaande paden in kaart brengt voor de naar ‘ontoeristisch’ hunkerende reiziger, wat doet zo iemand nu eigenlijk wanneer hij zelf een weekje op vakantie gaat?

Hij laat de strenge beginselen van Van Egeraat dan even vieren en reist naar Phatthaya (Pattaya), Thailands ordinairste en meest toeristische badplaats, ooit uitgeroepen als de vunzigste plaats op aarde. Ik geniet daar namelijk volop.

Nauwelijks heb ik mijn koffer in een hotelkamer gedumpt of ik zoek een terrasje aan de boulevard op om de bizarre stoet voorbijtrekkende vakantiegangers te observeren. Hoewel het gewaagd blijft de toerist in Phatthaya te generaliseren, durf ik toch wel te stellen dat deze minder hersens en meer vet bezit dan de doorsnee bezoeker van het Rijksmuseum. En op weinig plaatsen is het percentage getatoeëerd huidoppervlakte zo hoog. De ‘echte reiziger’ mag dan laatdunkend op hem neerkijken, qua tolerantie kan hij van dit volk nog wat leren. Op het strand heb ik een bejaard echtpaar uit een arbeidersmilieu eens uiterst amicaal zien omgaan met een pedofiele landgenoot met een Thais jongetje van twaalf op zijn schoot. Iemand met een Richtig Reisen-gids op zak zou zich van valse schaamte of ergernis hebben ingegraven. Dit slag toeristische puntenneukers trekt overigens met een boog om Phatthaya heen.

Het échte plezier begint voor mij in de avond. Na het eten — om niet te zeer uit de toon te vallen zoiets als een aardappelsalade met een varkenslapje in een Beierse Grillhütte — begeef ik mij goed geschoren in de richting van Boys Town, een paradijs voor gefrustreerde homo’s als ik die in eigen land seksueel niet aan hun trekken komen. Boys Town bestaat uit één straatje van net honderd meter (Pattaya Land Soi 3), dat geheel omgeven is door homo-etablissementen (hotels, restaurants, a go go bars) met aan de straat homo-terrasjes. Op zich zijn terrasjes in Thailand al niet zo algemeen, maar de terrascultuur van Boys Town is beslist uitzonderlijk. Slanke Thaise relnichten  met geblondeerde kuiven flaneren er over straat  en worden nagelonkt door westerse mannen, toeristen zowel als inwoners van de badplaats, sommigen modieus gekleed en getooid met exquise ringen en kettingen en een ringetje in het oor, anderen conventioneler uitgedost en met een pleister op de verbrande neus. Terwijl de Thais overwegend jonger zijn dan 35 jaar, zijn de westerlingen en andere buitenlanders juist bijna allermaal ouder.

In Boys Town heeft zich, uniek voor Thailand, zoiets als een gaycultuur ontwikkeld. Hier draait het niet alleen maar om de seks, maar prijkt men openlijk met zijn homo-identiteit. Elders verkeert de emancipatie van homoseksuelen, zo stelt ook antropoloog Peter Jackson in zijn Male Homosexuality in Thailand, nog in een pril stadium. En wat de alom geprezen Thaise tolerantie betreft lijkt het zelfs bergafwaarts te gaan. Vanwege de vermeende slechte invloed op hun pupillen, zullen homoseksuelen binnenkort worden geweerd op de lerarenopleiding. Voor deze ‘fysiek en mentaal zieken’ zal een speciaal centrum worden opgezet, want als je ze aan hun lot overlaat, worden ze misschien schandknaap — aldus de minister van onderwijs. (2) Bij de terrasjes van Boys Town waart zijn geest nog niet rond.

a go go

A go go.

Hoe aardig het observeren van dit out-of-the-closet-gedoe er ook is, na twee pilsjes wordt het tijd voor het echte veldwerk in de a go go bars. In Boys Town kan ik daarvoor terecht in zaken met nauwelijks cryptische namen als Cockpit, Toy Boys en Boys Boys Boys, waar in elk zo’n dertig jongens werken. Meestal dansen er vijf tot tien sensueel ritmisch bewegend in hun slipje op een podium. De meesten zijn 18-25 jaar en het bewonderen van hun prachtig gebouwde, bruine lichamen blijft ook na mijn zoveelste vakantie in Phatthaya een waar genot. Kijk je een van de jongens in hun ontroerend mooie, donkere ogen, dan wordt dat al gauw met een vertederende glimlach beantwoord. Je zou er regelrecht ongelukkig van worden, als het niet zo was dat al die tropische parels voor jou ook echt bereikbaar zijn. Een goed gevulde portemonnee strekt weliswaar tot aanbeveling. Ben ik hier nog niet helemaal libidol geworden, dan neem ik een straatje verderop een kijkje in Many Boys, Star Boys, het Moonlight House of Boys en de intrigerende Atomic Bomb Boys Club.

De meeste barjongens — net als de meeste van de duizenden vrouwelijke prostituees in de badplaats — komen uit het noordoosten, uit provincies als Roi Et, Buriram of Kalasin. Het is waar dat ze vaak arm zijn, maar journalisten en woordvoerders van hulporganisaties (onder wie vele van christelijke origine) overdrijven wel erg door te stellen dat ze uit armoede in de ‘klauwen’ van de buitenlanders worden gedreven. Ze kunnen toch ook in de bouw werken? En waarom wordt de sekstoerist toch zo vaak afgeschilderd als een ‘dikke Duitser’? Is een slanke Noor in hun ogen minder satanisch en mag die wel naar de hoeren? En waarom wordt de berichtgeving steeds zo nadrukkelijk gelardeerd met de verschrikkingen van aids? In een reportage over de Franse wijngaarden wordt toch ook niet uitgeweid over het syndroom van Korsakov?

‘Westers puritanisme in een Derde Wereld-jasje’ noemde ik die verontwaardiging vijftien jaar geleden en nog steeds plaats ik obstinaat kanttekeningen bij het vooringenomen en dwaze beeld dat van de Thaise seksindustrie wordt gegeven. Vergeefs. De laatste jaren is het onschuldige kind de nieuwe troef bij de zedenmissionarissen. Het lijkt of tussen elke regel achtjarige kinderen worden verkracht en met aids ingespoten. De westerse cultuur zal de klap met het kruis wel nooit te boven komen en door blijven gaan de gevoelens van niet-westerse volkeren te tuchtigen. Sekstoerisme is wel vergeleken met neo-kolonialisme, maar in feite is de enorme verontwaardiging erover kenmerkender voor de westerse heers- en bemoeizucht.

Maar laat ik mijn vakantie niet bederven. Als Phet, een prachtige, donkere 22-jarige Kalasinner, zich in zijn slipje naast mij op de kunstlederen bank nestelt en bijna smekend vraagt hem mee te nemen naar mijn hotel, weet ik dat er aan mijn kroegentocht een eind is gekomen. Even later slentert de jongen naast mij door Boys Town naar mijn hotel waar de receptionist — ook al zo’n knappe jongen — me glimlachend mijn kamersleutel overhandigt.
Behalve dat het bed erg kraakt, heb ik een paradijselijke nacht.
©SJON HAUSER: tekst en foto’s

Voetnoten:

(1) Een iets andere versie van dit verhaal verscheen in de Volkskrant van 15 februari 1997.

(2) Van die belachelijke plannen is nooit veel terecht gekomen.