Boiga siamensis, de Grey Cat Snake

Een grey cat snake uit het Ramkhamhaeng nationaal park, Ban Dan Lan Hoi district, Sukhothai.

Een Grey Cat Snake uit het Ramkhamhaeng nationaal park, Ban Dan Lan Hoi district, Sukhothai.

Cat snakes van het geslacht Boiga zijn middelgrote tot grote, slanke slangen met een zijdelings afgeplat lichaam. Enkele soorten bereiken een lengte van ruim twee meter, terwijl van één soort exemplaren van bijna 2,8 m bekend zijn. De overgang tussen de brede kop en de dunne nek is zeer duidelijk. De kop is ovaal en de snuit is rond. Net als de groefkopadders hebben ze grote ogen met een duidelijke vertikale pupil waaraan ze de naam ‘cat-eyed snakes’ te danken hebben — doorgaans wordt dit afgekort tot ‘cat snakes’. Ze zijn overwegend ‘s nachts actief en dan staan de pupillen wijd open.

De rugschubben zijn glad en daarvan zijn de vertebrale (de middelste rij boven de wervelkolom) vaak aanzienlijk vergroot.

Warmbloedige dieren zoals vogels en kleine zoogdieren vormen een belangrijk deel van het dieet van deze slangen, maar ze eten ook reptielen, zoals hagedissen en andere slangen.

Cat snakes produceren een zwak gif en bezitten grote, gegroefde giftanden achterin de bovenkaak. Het gif wordt met kauwbewegingen bij prooidieren ingebracht.

Drie soorten komen voor in Noord-Thailand: de Green Cat Snake (Boiga cyanea), de Marbled Cat Snake (Boiga multomaculata) en de Grey Cat Snake (Boiga siamensis).

Grey Cat Snake (Boiga siamensis, voorheen: Boiga ocellata)

Ook wel Siamese Cat Snake genoemd.

Thaise naam: ngu sae hang ma thao – งูแสหางม้าเทา

Deze overwegend in bomen en struiken levende slangen kunnen een lengte bereiken van 170 cm. De Thaise naam betekent ‘grijze paardenstaart zweepslang’.

Ze prefereren droog bos met vele bladverliezende boomsoorten, zoals het dry dipterocarp forest, dat doorgaans laag in bergen op een hoogte van 400-700 m is gelegen. Ze zijn ook regelmatig in aangrenzende tuinen, velden en boomgaarden te vinden. De habitat komt grotendeels overeen met die van de iets algemenere Marbled Cat Snake (Boiga multomaculata). De Grey Cat Snake leeft vooral van vogels en hagedissen.

De rugschubben zijn glad en daarvan zijn de vertebrale schubben aanzienlijk vergroot. De basiskleur is niet grijs, maar eerder beige of lichtbruin. De kop is ook lichtbruin en een dikke zwarte streep (de postoculaire streep) loopt van het oog naar de achterkant van de kaak bij de mondhoek. De ogen zijn groot en hebben een vertikale pupil met een goudkleurige iris.

Het voorste deel van het lichaam is getooid met korte, gepaarde schuine, zwarte strepen die bij de wervelkolom contact met elkaar maken of versmolten zijn. Verder naar achteren zijn die strepen uiteengevallen in een centraal balkje en een vlekje op de flank dat vaak is omgeven door roze stippen.

De kin en keel zijn crèmekleurig, de buik is lichtbruin of roze met witte amoebevormige vlekken gelegen in de laterale hoek van de ventrale schubben. De vlekken hebben vaak zwarte randen of grenzen aan  grillige zwarte vlekjes. De karakteristieke witte vlekken (ocelli) hebben de slang de Latijnse naam Boiga ocellata gegeven, een naam die lange tijd in zwang was.

Details van de kop en nek van een grey cat snake uit het district Umphang in Tak.

Details van de kop en nek van een Grey Cat Snake uit het district Umphang in Tak.

De vergrote vertebrale schubben (rode pijl) en witte, amoebevormige vlekjes in de hoek van de ventrale schubben (blauwe pijl).

Vergrote vertebrale schubben (rode pijl) en ocelli (blauwe).

Het identificeren van deze soort zal geen problemen opleveren omdat de Dog-toothed Cat Snake (Boiga cynodon), die er een beetje op lijkt, niet in Noord-Thailand voorkomt. (1) De verschillen tussen beide soorten, waarvan er vele de schilden (speciale schubben) op de kop betreffen, zijn opgesomd in Cox (1991). (2)

Het is opmerkelijk dat deze algemeen voorkomende slang pas in 1973 door Kroon is beschreven als een aparte soort en daarvoor als een kleurvariëteit van de Dog-toothed Cat Snake werd beschouwd. (3) Een paar jaar eerder was de aparte status van de slang al door Wirut Nutphan uiteengezet, maar in zijn mededeling daarover wordt de slang zowel een ondersoort van de Dog-toothed Cat Snake Boiga cynodon (Boiga cynodon siamensis) als een aparte soort (Boiga siamensis) genoemd.
Ook in een studie over gifslangen uit 1982 waarvan Wirot co-auteur is wordt de slang Boiga cynodon siamensis genoemd, een aparte ondersoort van de dog-toothed cat snake (Boiga cynodon), maar wordt tevens gesteld dat de aanzienlijke verschillen erop wijzen dat het een aparte soort is. (4) Nutphans werk werd internationaal veelal over het hoofd gezien. In studies van Indiase slangen werd de slang tot voor kort beschouwd als een vorm van Boiga cynodon. (5) De laatste komt tamelijk algemeen voor in Zuid-Thailand, is aanzienlijk groter (tot 2,70 m) dan B. siamensis (tot 2,70 m) en mist de karakteristieke witte ocella op de randen van de buikschubben.

In zijn Snakes in Thailand (2001) beschrijft Wirot de soort bescheiden als Boiga ocellata (6). Dit werk met prachtige foto’s is op een ongekend zware manier in een boekbespreking door een vijftal experts op het gebied van Thaise slangen bekritiseerd. (7) Kort daarop overleed Wirot. In 2005 kreeg Wirot posthum toch wat eer toebedeeld. In een artikel opgedragen aan de ‘nagedachtenis van de wijlen kapitein Wirot Nutphand (1932-2005), een pionier van de Thaise herpetologie’ wordt gepleit dat de officiële Latijnse naam van de Grey Cat Snake Boiga siamensis dient te zijn, de naam die Wirot de slang het eerst gaf. (8) Onder andere op grond van foto’s (met duidelijk zichtbare witte ocelli) in een artikel van Wirot uit 1971 blijkt onmiskenbaar dat het een Grey Cat Snake betreft en niet een vorm van de Dog-toothed Cat Snake (9). In de recente veldgids van Indraneil Das over Zuidoost-Aziatische slangen  is de ‘nieuwe’ naam overgenomen. (10)

Deze slang is wijd verspreid in Noord-Thailand en komt vrijwel overal voor in de lage, beboste heuvels.  Hij is ook vrij algemeen in de andere delen van Thailand, maar wordt niet gevonden op het Thaise schiereiland ten zuiden van Chumphon. Het verspreidingsgebied zet zich voort over een groot deel van het vasteland van Zuidoost-Azië, zoals in Myanmar, Cambodja en Vietnam (11), en daarnaast in Noordoost-India en Bangladesh.

Sjon Hauser©tekst, foto’s en kaartwerk

Voetnoten

1. De twee soorten zijn waarschijnlijk sympatrisch in de provincies Prachuap Khiri Khan en Chumphon in het noordelijk deel van het Thaise schiereiland.

2. Cox, Merel J., 1991. The snakes of Thailand and their husbandry. Krieger, Malabar, Florida: 141.

3. Kroon, Charles, 1973. A new Colubrid snake from Southeast Asia. Copeia 3: 580-586.

4. Thumwiphat, Bunyuan and Wirot Nutphan, 1982. The care for snake-bite victims and venomous snakes in Thailand. Thai Zoological Centre, Bangkok: p. 114. [in Thai]

5. Pauwels, Olivier, S. G., Patrick David, Lawan Chanhome, Gernot Vogel, Tanya Chan-ard, and  Nikolai L. Orlov, 2005. On the status of Boiga ocellata Kroon, 1973, with the designation of a neotype for Boiga siamensis Nootpand, 1971 (Serpentes, Colubridae). Russian Journal of Herpetology 12 (2): 102-106.

6. Nutphan, Wirot, 2001. Snakes in Thailand. Amarin, Bangkok: 186-187. [in Thai]

7. David, Patrick, Merel J. Cox, Oliver S. G. Pauwels, Lawan Chanhome, and Kumthorn Thirakhup, 2004. Book Review. When a book review is not sufficient to say all: an in-depth analysis of a recent book on the snakes of Thailand, with an updated checklist of the snakes of the Kingdom. The Natural History Journal of Chulalongkorn University 4(1): 47-80, April 2004.
Het artikel bestaat uit één lange opsomming van spellingsfouten, omwisselingen en andere slordigheden waarvan een groot deel waarschijnlijk op rekening komt van de redacteuren en de drukker. De kritiek die zij hebben op Wirots werk met betrekking tot Boiga ocellata is overigens misplaatst.  ‘De kaart is foutief daar B. ocellata een noordelijke soort is die niet bekend is uit het zuidelijke deel van het Thaise schiereiland; de provincie Chumphon is tot nu toe de zuidelijkste plaats waarvan bekend is [dat de slang er voorkomt],’ schrijven zij (p. 62). Op Wirots kaartjes van de geografische distributie der soorten wordt het gehele gebied ten zuiden van Phetburi als ‘Zuid-Thaise regio’ gezien, die verder niet wordt gedifferentieerd. Omdat de soort bekend is uit Prachuap Khiri Khan en Chumphon is het gerechtvaardigd aan te geven dat hij in deze regio voorkomt.

8. Pauwels et al., 2005, ibid.: 102. Drie van de zes auteurs van dit artikel behoorden ook tot Wirots inquisiteurs als auteurs van David et al., 2004, ibid.

9. Naar Pauwels et al., 2005, ibid.:  103.

10. Das, Indraneil, 2010. A Field Guide to the Reptiles of Thailand and South-East Asia. Asia Books, Bangkok: 96-97, 264.

11. Orlov, Nikolai L., Sergei A. Ryabov, Nguyen Van Sang and Nguyen Quang Truong, 2003. New records and data on the poorly known snakes of Vietnam. Russian Journal of Herpetology, 10 (3): 217-240. (p. 221-223).