Boeddha’s verlichting op muurschilderingen en in iconografie

Een schildering van de Overwinning op Mara

Een schildering van de Overwinning op Mara in een kapel bij het San Chao Pho Phawo heiligdom, Mae Sot district, Tak.

Reizigers die Thailand voor het eerst bezoeken worden vaak overrompeld door de complexiteit en de vele aspecten van het Theravada boeddhisme, de nationale religie van het land. Gedurende een excursie naar de beroemde tempels in en rond Chiang Mai leren ze misschien iets over een aantal episodes uit het leven van Boeddha, of over zijn vorige levens, zoals die worden afgebeeld op tempelmuurschilderingen. Ze zullen honderden boeddhabeelden zien met de Boeddha in een stuk of tien verschillende lichaamshoudingen en karakteristieke gebaren makend die verwijzen naar een bepaalde gebeurtenis in zijn leven.

Daarvan komt één bepaalde houding het meest voor: die waarbij hij de verlichting bereikt. Dat is dan ook waarschijnlijk de belangrijkste  gebeurtenis uit het leven van de Indiase prins die de Boeddha (‘Verlichte’) zou worden. Deze legde in feite de grondslag voor het boeddhisme — het belang ervan is zelfs nog groter dan dat van de kruisiging van Jezus Christus voor het christendom.

Bij veel beroemde boeddhabeelden in Thaise tempels  zit de Boeddha in de lotushouding (‘kleermakerszit’) en aan de stand van handen zie je dat dit het ‘bereiken van de verlichting’ voorstelt.  Bij ‘gewone meditatie’ liggen beide handen in de schoot, maar bij het bereiken van de verlichting rust de rechterhand op de knie terwijl de vingers omlaag wijzen, een gebaar dat in het Pali bhumispara mudra heet. De Gouden Boeddha in Bangkoks Wat Traimit, de Phra Phuttha Chinnarat van Phitsanuloks Wat Mahathat en de gigantische maar elegante Phra Achan van Wat Si Chum in het historisch park van Sukhothai zitten alle in deze positie.

 

Phra Achan, Wat Si Chum, Sukhothai

De 15 meter hoge Phra Achan in de mondop van Wat Si Chum, Sukhothai historisch park.

En dat geldt ook voor veel van Chiang Mais beroemdste boeddhabeelden, zoals de grote vergulde Boeddha in de grote wihan (verzamelhal) van Wat Phra Sing en de kleinere Phra Sing Boeddha in een nabij gelegen, kleine wihan met levendige 19e-eeuwse muurschilderingen. Andere voorbeelden zijn de Kristallen Boeddha in de bot (inwijdingshal) van Wat Chiang Man en de zeer vereerde Phra Fon Saen Ha. Van de laatste gelooft men dat hij over speciale krachten beschikt waarmee hij regen kan brengen en gedurende Chiang Mais Inthakin(stadspilaar)-viering wordt dit beeld voor de hoofdwihan van Wat Chedi Luang geplaatst en gieten de duizenden devote bezoekers er reinigend water over.

Ook de grote Boeddha in de prachtige houten wihan van Wat Phan Tao — naast Wat Chedi Luang — bereikt de verlichting, net als een kleiner beeld voor de knoestige stam van een bodhiboom op het tempelterrein. ‘Boeddha die verlicht wordt onder de bodhiboom’ wordt ook heel vaak afgebeeld op muurschilderingen in tempels. Dit tafereel staat ook bekend als ‘overwinning op Mara’ of ‘Moeder Aarde als getuige oproepen’. Dat vraagt allemaal om enige opheldering.

Van prins Siddhartha Gautama, de toekomstige Boeddha, wordt verondersteld dat hij in de zesde eeuw voor Christus in het noorden van India leefde. Als jongeman werd hij aangegrepen door het lijden van de mens, zoals van zieken en ouderen. Hij vroeg zich af: Wat veroorzaakt dat lijden en hoe kan er een eind aan komen? Hij deed afstand van het gerieflijke bestaan in het paleis en op zoek naar een antwoord maakte hij lange zwerftochten, ging in de leer bij goeroes, werd asceet en mediteerde langdurig. Hij was ongeveer 34 jaar oud toen hij in Uruvela (nu Bodh Gaya) arriveerde, een plaats gelegen op de oever van de Nairanjana, een zijrivier van de Ganges.

 

De beroemde Phra Sing Boeddha van Wat Phra Sing, Chiang Mai.

De beroemde Phra Sing Boeddha van Wat Phra Sing, Chiang Mai.

Een bodhiboom (Ficus religiosa) op de oever achtte hij een geschikte plaats om te mediteren. Twee beroemde yogi’s, die zijn leermeester waren, noch extreem ascetisme hadden hem de absolute waarheden geopenbaard waarnaar hij op zoek was — waarom de mensen lijden en hoe ze daar een eind aan kunnen maken. Onder de bodiboom zwoer hij bij zichzelf de plek niet te zullen verlaten voordat hij een antwoord had gevonden. De eropvolgende 49 dagen mediteerde hij er zonder al die tijd ook maar iets te eten.

Toen hij op het punt stond zijn doel te bereiken, werd de mediterende prins aangevallen door Mara, de demonische personifisering van het Kwaad en de vijand van de Dhamma (de Waarheid). Eerst probeerden Mara’s drie sensuele dochters hem te verleiden en uit zijn concentratie te halen. Toen ze daar niet in slaagden liet Mara een leger van demonen  op hem los om zijn rust te ondermijnen. Die faalden ook de prins af te leiden — door zijn zelfbeheersing en compassie werden ze ontwapend en de pijlen die ze op hem afschoten veranderden in bloemkransen.

Mara was woedend en schreeuwde: ‘Siddhartha, sta op, die zetel is van mij!’ De toekomstige Boeddha antwoordde daarop dat de ‘zetel der wijsheid’ niet aan Mara toebehoort, maar aan hem. Daarop raakte hij met zijn rechterhand de grond aan en nodigde de Godin van de Aarde (ook wel bekend als Moeder Aarde of Nang Thorani) uit om te getuigen van zijn toewijding en generositeit gedurende al zijn vorige levens. Op dat moment donderde de aarde: ‘Ik getuig.’ Waarop Mara was verslagen.

De beroemde Phra Phuttha Chinnarat in Sukhothais Wat Yai.

De beroemde Phra Phuttha Chinnarat in Sukhothais Wat Yai.

De manier waarop de Godin van de Aarde de prins te hulp kwam, wordt vaak voorgesteld als een enorme tsunami. Gedurende de vorige levens van Boeddha had ze een druppel water in haar lange haar bewaard voor elk van zijn ontelbare goede daden. En om daarvan te getuigen wrong ze deze oceanen van water uit haar haar waarmee Mara’s strijdkrachten werden weggevaagd. Hun vernietiging is populair als thema op muurschilderingen in tempels en vaak worden alle onderdelen van het verhaal bij elkaar afgebeeld als één groot tafereel: de Boeddha die mediteert onder de bodhiboom, de Godin van de Aarde die beneden hem haar haar uitwringt, het demonenleger van Mara in de aanval en de demonen die in de vloedgolven omkomen.

Beelden van Moeder Aarde die haar haar uitwringt vind je vaak op het terrein van tempels staan, niet zelden in een vijver en voorzien van een fonteintje. Ook staat ze vaak afgebeeld, verguld of in reliëf, op de luiken voor de ramen van tempelgebouwen.

In tempels met oude muurschilderingen is de gehele muur achter het altaar (of soms de muur boven de ingang) gewijd aan deze episode. De ten onder gaande troepen van Mara zijn doorgaans levendig afgebeeld met talloze interessante details. In de muurschilderingen van Phetburi’s Wat Ko Kaeo Suttharam (eind 17e eeuw) of  Thonburi’s Wat Dusidaram (begin 19e eeuw) zijn de gevechtsscènes ware meesterwerken—in die van Wat Ko Kaeo Suttharam lijken de verslagen demonen op westerlingen!

 

Een muurschildering van de Overwinning op Mara, Wat Chiang Man, Chiang Mai.

Een muurschildering van de Overwinning op Mara, Wat Chiang Man, Chiang Mai.

Mara zelf wordt doorgaans afgebeeld gezeten op een oorlogsolifant. Vaak wemelt het in het vloedwater van de krokodillen en haaien die de demonen opvreten en bijdragen tot de nederlaag van Mara’s strijdkrachten.

De bodhiboom (Ficus religiosa en ook wel pipal genoemd) met zijn karakteristieke hartvormige bladeren met een lange, dunne punt, is het symbool geworden van Boeddha’s verlichting. In Thailand is op of vlakbij vrijwel elk tempelterrein wel een bodhiboom geplant en vaak is er een boeddhabeeld in de positie van ‘overwinning op Mara’ voor de boom neergezet. Net als boeddhabeelden worden bodhibomen omwikkeld met saffraankleurige doeken.

De bodhiboom in Bodh Gaya, de plaats waar Boeddha de verlichting zou hebben bereikt, is een van de belangrijkste pelgrimsoorden voor boeddhisten uit de hele wereld. De boom is echter niet een directe nakomeling van de boom waaronder Boeddha verlicht werd. Een zeer vereerde bodhi in Anuradhapura op Sri Lanka is dat wel — dit was een stek van de oorspronkelijke boom in Bodh Gaya tree. In Thailand is de bodhi op het terrein van Wat Phra That Luang Lampang in Lampangs Ko Kha district waarschijnlijk de oudste en meest vereerde bodhiboom. In Chiang Mai staan indrukwekkende bodhibomen bij Wat Ku Tao, Wat Chiang Man en enkele andere tempels.

 

Een muurschildering van de Overwinning op Mara in een tempel in Chiang Mai.

Boeddha's Overwinning op Mara. Een muurschildering in Wat Chedi Liam, Chiang Mai.

Gedurende Wisakha Phucha, de belangrijkste van alle boeddhistische feestdagen en meestal gevierd in mei of juni, worden de verlichting, geboorte en dood van  Boeddha herdacht. Ter ere van de Boeddha maken duizenden bewoners van Chiang Mai een pelgrimstocht naar Wat Phra That Doi Suthep. De chedi (pagoda) van deze tempel ligt op een hoogte van 1050 meter op de Suthep Berg ten westen van de stad en herbergt een van de meest vereerde relikwieën van de Boeddha.

‘s Avonds en ‘s nachts beklimmen devote noordelingen de berg te voet en sommigen volgen daarbij een pad in het bos. Aangekomen bij de tempel zullen ze met kaarsjes en brandende wierook drie keer rond de chedi lopen en bloemstukjes offeren voor een altaar met een boeddhabeeld. Nadat ze de nacht in de tempel hebben doorgebracht offeren ze de volgende ochtend eten en bloemen aan de monniken.

Nu het duidelijk is geworden dat de verlichting van Boeddha van grote betekenis is voor het boeddhisme, kun je je afvragen waarom dat eigenlijk zo is? Wat voor absolute inzichten kreeg Boeddha terwijl hij onder de bodhiboom in Bodh Gaya zat te mediteren?

In tegenstelling tot de metafysische en mystieke episodes met Mara, is dat uiteindelijk verkrijgen van het absolute inzicht meer filosofisch en ethisch van aard — hier neemt filosofie de plaats van de legende in.

 

De Godin van de Aarde die haar haar uitwringt. Een schildering met goudverf op lakwerk op deuren van een tempelgebouw van Wat Suthat, Bangkok.

De Godin van de Aarde die haar haar uitwringt. Een schildering met goudverf op lakwerk op deuren van een tempelgebouw van Wat Suthat, Bangkok.

De nacht waarop Boeddha verlicht wordt, verdeelt men gewoonlijk in drie perioden. Gedurende de eerste herinnert de Boeddha zich (nogal mysterieus) zijn vorige levens. In de tweede periode analyseert hij de Wet van Karma: ‘Met mijn geest kalm, richtte ik mijn aandacht op de kennis van de dood en de wedergeboorte van de wezens. Ik begreep dat of wezens laag of uitnemend zijn, of een goede of slechte toekomst  hebben, het gevolg is van hun daden.’  Tenslotte komt de Boeddha aan bij de drie basiscomponenten van de boeddhistische doctrine: De Vier Nobele Waarheden, de Drie Kenmerken van het Bestaan en de Wet van de Causaliteit. Deze waarheden worden door de Boeddha uiteengezet in de overgeleverde Pali-teksten:

‘Wat is de waarheid over het lijden? Geboorte is lijden; verval, ziekte en dood zijn lijden.  Gescheiden worden van wat je liefhebt is lijden. Iets willen en het niet krijgen is lijden…En wat is de waarheid over de oorsprong van het lijden? Het is begeerte. Begeerte leidt tot wedergeboorte, dat verbonden is met genotzucht en rusteloos begeren …En wat is de waarheid over het uitdoven van het lijden?  Het is de onverschilligheid jegens en de eliminering van begeerte: er vrij van zijn en er niet aan gebonden worden.’

Als de weg die leidt naar het verdwijnen van het lijden beveelt Boeddha het Achtvoudige Pad aan, een hoogst ethische remedie: goed oordelen, goed denken, goed spreken, goed handelen, een goede leefwijze, goed streven, goed bewustzijn en goede (meditatieve) concentratie.

De Boeddha was  zelf  het lichtende voorbeeld van iemand die het Achtvoudige Pad volgde. Bij zijn verlichting werd hij vrij van begeerte, lijden en ego, en betrad daarmee de absolute sfeer van het Nirwana.

©Sjon Hauser: tekst en foto’s.