Amphiesma stolatum, de algemene Striped Keelback

 Een striped keelback gevangen in het Muang district van Chiang Mai.

De meeste soorten van de familie der Natricidae hebben tamelijk sterk gekielde rugschubben en worden daarom ‘keelbacks’ genoemd.

Sommige, in het bijzonder die van het geslacht Rhabdophis, hebben vergrote tanden achterin de bovenkaak en produceren een tamelijk sterk gif en worden daarom als gevaarlijk beschouwd. Er bestaat de nodige verwarring betreffende de classificatie van talloze soorten, met name de indeling van de soorten in de genera Amphiesma en Xenochrophis is niet zonneklaar.

Het geslacht Amphiesma

Dit is een vrij groot geslacht tamelijk kleine dieren. Alleen al uit Vietnam zijn tien soorten bekend. (1) Negen soorten zijn waargenomen in Thailand (2), waarvan er mogelijk vijf in Noord-Thailand voorkomen. In het Thai zijn deze soorten bekend als ngu lai sap, wat ‘stinkende slang met patroon’ betekent, kennelijk omdat sommige een onaangename geur verspreiden wanneer ze ruw aangepakt worden.

De Striped Keelback (Amphiesma stolatum) is wijdverspreid en algemeen in het laagland van de regio en is een van de algemeenste slangen in Thailand.

Aan de andere kant is de Northern Keelback (Amphiesma deschauenseei) een niet erg algemene soort in bos in de bergen, terwijl  de Two-striped Keelback (Amphiesma bitaeniatum) uitgesproken zeldzaaam is en alleen hoog in de bergen in het montane forest van Doi Inthanon is waargenomen.

Een slanke, donkerbruine soort, wijdverspreid in bergbos op een hoogte van 800-14000 meter en plaatselijk tamelijk algemeen, heb ik tot voor enkele jaren geleden voor Amphiesma inas gehouden — de gelijkenis met het plaatje van deze soort in de Photographic Guide to snakes and other reptiles of Thailand en enkele andere werken (3) was treffend. Een goed alternatief was er niet in de bronnen die tot mijn beschikkling stonden (4) en het zou niet de eerste keer zijn dat een ‘Zuid-Thaise’ soort ook in het noorden blijkt voor te komen. Amphiesma inas verschilt echter enigszins van deze Noord-Thaise Amphiesma-soort en is beperkt tot het zuidelijk deel van Zuid-Thailand en West-Maleisië. (5) De genoemde Noord-Thaise soort betreft Amphiesma khasiense. (6) Deze is voor het eerst in de Khasi Hills van India beschreven, de beschrijving ervan in Das komt echter niet helemaal met genoemde Noord-Thaise soort overeen. (7) Volgens Das is de verwante Günther’s Keelback (Amphiesma  modestum), met ‘kleine, regelmatig gerangschikte zwarte en gele stippen op de flanken die strepen kunnen vormen’, een andere (de vijfde) Amphiesma-soort die ook in Noord-Thailand voorkomt. (8) Dit wordt in andere recente bronnen echter in twijfel getrokken.

De classificatie van de zeer algemene Striped Keelback (Amphiesma stolatum) laat weinig ruimte voor twijfel over.

Een striped keelback uit het district San Kamphaeng van Chiang Mai.

Een Striped Keelback uit het district San Kamphaeng in Chiang Mai.

Detail van de kop; een exemplaar uit het district Chae Hom van Lampang.

Detail van de kop; een exemplaar uit het district Chae Hom in Lampang.

Striped keelback 

(Amphiesma stolatum)

Thaise naam: ngu lai sap dok ya – งูลายสาบดอกหย้า

Dit fraaie slangetje is wijdverspreid en erg algemeen in het grootste deel van Thailand, met uitzondering van het schiereiland.

Het geeft de voorkeur aan laagland en is er te vinden in akkers, plantages, tuinderijen en tuinen. Het dier wordt zelden langer dan 60 cm.

De grijze kop is vrij goed te onderscheiden van de nek. Het tamelijk grote oog heeft een ronde, zwarte pupil met een goudkleurige iris. Korte, dikke zwarte vegen bevinden zich op de naden van de supralabialen (schubben op de rand van de bovenkaak) en lijken vanuit het oog te stralen. De infralabialen (schubben rand onderkaak) en de keel zijn meestal wit, maar bij sommige exemplaren geel (de kop is dan bronsgroen).

Details van de rug: sterk gekielde schubben; lichtbeige lengtestrepen (van één schub breed) met een donkere rand.

Details van de rug: sterk gekielde schubben; lichtbeige lengtestrepen (van één schub breed) met een donkere rand.

De rug is donkerbruin. Twee dunne lichtbruine of beige lengtestrepen lopen van de nek naar de staart en zijn precies één schub breed. Deze kenmerkende lengtestrepen hebben een dunne donkere rand. Dok ya in de Thaise naam betekent ‘gras patroon’ en heeft betrekking op deze lengtestrepen. Aan de voorkant bevinden zich tussen deze strepen twee rijen zeer donkere, vaak wat rechthoekige vlekken, alternerend rond de middenlijn of samen een brede band vormend.

De buik is wit.

Deze slang is vooral overdag actief en kan vaak in de loop van een zonnige ochtend worden waargenomen wanneer de temperatuur is opgelopen. Het is een tamelijk schuw dier dat snel vlucht; het is weinig geneigd om te bijten. De achterste twee of drie tanden zijn sterk vergroot (maar niet gegroefd) en enigszins naar achteren gericht. (9) Vergiftigingsverschijnselen na een (zeldzame) beet van deze slang zijn echter onbekend.

Het dier is vooral op de grond te vinden, graag in de buurt van water. Het leeft vooral van hagedissen en kikkers.

Hij is algemeen in het laagland van alle provincies van Noord-Thailand. Het verspreidingsgebied strekt zich uit van India tot zuidelijk China en omhelst vrijwel het gehele vasteland van Zuidoost-Azië.

Details van de bronsgroene kop en gele keel en nek van een exemplaar uit district Li, Lamphun.

Details van de bronsgroene kop en gele keel en nek van een kleurige Striped Keelback uit een longanboomgaard in het district Li, Lamphun.

©Sjon Hauser: tekst en foto’s.

1. David, Patrick, Raoul H. Bain, Nguyen Quang Truong, Nikolai L. Orlov, Gernot Vogel, Vu Ngoc Thanh, and Thomas Ziegler, 2007. A new species of the natricine snake genus Amphiesma from the Indochinese Region (Squamata: Colubridae: Natricinae). Zootaxa 1462: 41-60 (p. 41).

2. Das, Indraneil, 2010. A Field Guide to the Reptiles of Thailand and South-East Asia. Asia Books, Bangkok: 330-335.

3. Taylor, Edward H., 1965. The serpents of Thailand and adjacent waters. The University of Kansas Science Bulletin, vol. 45 (No. 9), 609-1079 (p.829-831); Cox, Merel, J., 1991. The snakes of Thailand and their husbandry. Krieger, Malabar, Florida: 235-236. Cox, Merel J., Peter Paul van Dijk, Jarujin Nabhitabhata, and Kumthorn Thirakhupt,1998. A Photographic Guide to Snakes and other Reptiles of Thailand and South-East Asia. Asia Books, Bangkok: 44-45; en ook Nutphan, Wirot, 2001. Snakes in Thailand. Amarin, Bangkok [in Thai]: 156-157.

Het laatste werk dient echter als een onbetrouwbare bron te worden gezien (zie: David, Patrick, Merel J. Cox, Oliver S. G. Pauwels, Lawan Chanhome, and Kumthorn Thirakhup, 2004. Book Review. When a book review is not sufficient to say all: an in-depth analysis of a recent book on the snakes of Thailand, with an updated checklist of the snakes of the Kingdom. The Natural History Journal of Chulalongkorn University 4(1): 47-80, April 2004.)

4. Ook in Paibun’s Ngu Phit ontbreekt een alternatief, zie zijn soortenlijst: Jintakune, Paibun, 2000. Ngu phit nai prathet thai [Venomous snakes in Thailand]. Tichon, Bangkok [in Thai]: 166-167.

5. Volgens Das  is Amphiesma inas ook op Phu Luang (Loei provincie) gevonden (Das, 2010, ibid.: 332). Als dit inderdaad het geval is, is het niet onwaarschijnlijk dat deze soort ook in Noord-Thailand te vinden is.

6. In: David et al., 2004, ibid.: p. 60-61.

7. Das, 2010, ibid.: 332.

8. Das, 2010, ibid.: 333.

9. Taylor, 1965, ibid.: 858.