Ahaetulla prasina, de elegante Oriental Whip Snake

Het voorste, uitgezette deel van een groene Oriental whip snake uit het Huai Nam Dang nationaal park.

Het voorste, uitgezette deel van een groene Oriental Whip Snake uit het Huai Nam Dang nationaal park.

De whip snakes (ook wel: vine snakes) van het geslacht Ahaetulla zijn lange, zeer dunne slangen die overwegend in bomen en struiken leven. Het lichaam is zijdelings afgeplat en bedekt met gladde schubben. De staart is lang, ongeveer een derde van de totale lichaamslengte. De overgang tussen de kop en de nek is duidelijk; de snuit is lang en puntig. Er loopt een opvallende groef van de ogen naar de snuit waardoor de blikvelden van beide ogen elkaar recht voor de snuit overlappen. Door de horizontale spleetvormige pupil (‘sleutelgatpupil’) en de lange gegroefde snuit is het binoculair gezichtsveld aanzienlijk, net als bij de Afrikaanse twig snakes (Thelotornis).

Een aantal soorten boomslangen en andere slangen met grote ogen kunnen binoculair zien, maar alleen van de whip snakes van het geslacht Ahaetulla is bekend dat ze ook een fovea (gele vlek) hebben. De pupillen zijn zo lang dat licht afkomstig van vlak voor de snuit of zelfs van de andere kant de voorste hoek kan binnengaan en een afbeelding kan vormen op de rand van het achterste kwadraat van de retina waar zich een fovea of een fovea-achtig gebied bevindt. (1) Dit maakt het hun mogelijk buitengewoon goed diepte te zien en nauwkeurig afstanden te schatten, wat van nut is bij het klimmen en het localiseren van prooi. Dankzij dit binoculair zien is de Birmese soort Ahaetulla frontacincta in staat op vis te jagen terwijl hij met zijn staart aan een boomtak hangt en de kop 7 tot 10 cm boven de waterspiegel zweeft. Deze soort is tot dusver alleen bekend van de oever van de Irrawaddy.(2) De prooi van de andere whip snakes bestaat overwegend uit hagedissen, kikkers en vogels. Het zijn levendbarende slangen die 4-15 jongen ter wereld brengen.

Deze groene Oriental whip snake werd gezien in het Khun Phawo nationaal park in het district Mae Ramat van Tak.

Deze groene Oriental Whip Snake werd gezien in het Khun Phawo nationaal park in het district Mae Ramat van Tak.

Twee soorten komen voor in Noord-Thailand, de Oriental Whip Snake en de Long-nosed Whip Snake, waarvan vooral de eerste wijd verbreid en zeer algemeen is. Twee andere soorten bekend uit Thailand komen slechts voor in het zuiden. Door hun kleur en dunne vorm lijken deze slangen op twijgen en takken, een goed voorbeeld van procrypsis camouflage.

Oriental whip snake (Ahaetulla prasina)

Ook wel bekend als Günther’s Whip Snake.

Thaise naam: ngu khieo hua ching chok – งูเขียวหัวจิ้งจก

Deze prachtige, sierlijke en erg algemene slang lijkt op de Long-nosed Whip Snake, maar heeft geen neusaanhangsel. De spitse snuit doet de Thai denken aan de kop van de gewone huisgecko (Haemodactylus frenatus) en de Thaise naam voor de slang luidt ngu khieo hua ching chok wat ‘groene slang met de kop als een huisgecko’.

De meeste dieren zijn smaragdgroen, maar andere kleurvariëteiten zijn ook algemeen, zoals bleekgroene, grijze, beige, oranjebruine en geelachtige dieren. De soort is wijd verbreid in bos op de heuvels en in de bergen. Hij kan een lengte bereiken van 200 cm. De buik is lichtgroen bij de felgroene dieren. Bij de andere kleurvariëteiten is de buik doorgaans een paar tinten lichter dan de kleur van de rug. Een dunne, crèmekleurige lijn loopt langs de rand van de ventrale schubben.

De kop van een felgroen exemplaar met de tong uit de bek gestoken. Doi Inthanon nationaal park, Chiang Mai.

De kop van een felgroen exemplaar met de tong uit de bek gestoken. Doi Inthanon nationaal park, Chiang Mai.

Een merkwaardige gewoonte van deze dieren is hun blauwgrijze tong gedurende lange tijd uit hun bek te steken. Ze doen dat bijvoorbeeld ook als ze heel langzaam een weg oversteken. Het voorste deel van het lichaam is dan iets van de grond terwijl de rest in  een vrijwel rechte lijn op het wegdek rust. Ze glijden dan vooruit zonder dat het lichaam zichtbare bewegingen maakt. Bij deze rectilineaire voortbeweging wordt de zijkant van de buik als verankering gebruikt om  het lichaam naar voren te drukken.

Als deze slang zich bedreigd voelt gooit hij de voorkant van zijn lichaam in een aantal haarspeldbochten. Daarbij wordt dit deel van het lichaam behoorlijk uitgezet en wordt de huid tussen de schubben zichtbaar wat een opmerkelijk patroon van zwarte en witte rechthoekige vlekjes oplevert.

Een bleekgroene Oriental whip snake uit het district Mae On, Chaing Mai]

Een bleekgroene Oriental Whip Snake uit het district Mae On, Chaing Mai.

Volgens Indraneil Das is deze slang ‘gewoonlijk agressief en zal snel bijten’ (3), maar andere kenners menen juist dat het dier ‘gewoonlijk niet agressief’ is en het een ‘hoogst dociele en vriendelijke slang is’ die ‘zelfs wanneer hij ruw aangepakt wordt geen poging doet te bijten.’ (4) Mijn ervaring is dat de slang gemakkelijk een defensieve houding aanneemt en vanuit die positie wel degelijk kan aanvallen, ook al zullen veel individuen dit niet gauw doen. Deze slang heeft vergrote giftanden in de achterkant van de bovenkaak, maar men is het erover eens dat de beet voor de mens ongevaarlijk is.

De slang wordt vaak gezien terwijl hij in bosjes ligt te zonnen. Cox vermeldt dat deze soort gewoonlijk grijs is in Centraal- en Noordoost-Thailand, maar dat oranje en gele exemplaren zijn gevonden in Kanchanaburi in het westen van het land. (6)

Een groen exemplaar uit het district Umphang in Tak heeft een defensieve  houding aangenomen.

Een groen exemplaar uit het district Umphang in Tak heeft een defensieve houding aangenomen.

In het grootste deel van Noord-Thailand is de felgroene kleurvariëteit het algemeenst, maar op sommige plaatsen, zoals in de bergen van het Khao Kho district van Phetchabun, zijn de meeste dieren lichtgrijs. Vaak komen verschillende kleurvariëteiten voor op dezelfde locatie. Rond het dorp Pang Hai in het district Mae On, Chiang Mai, ben ik bijvoorbeeld felgroene, bleekgroene en okerkleurige dieren tegengekomen, alle binnen een straal van een paar kilometer.

De slang voedt zich overwegend met hagedissen, kikkers en vogels waar hij overdag jacht op maakt.

De wijfjes zijn levendbarend en bevallen van 5 tot 8 jongen; de pas geboren dieren zijn 30 cm lang en okerkleurig.

©Sjon Hauser: tekst, foto’s en kaartwerk.

Een okerkleurig juveniel exemplaar uit het district Mae On, Chiang Mai, dat een verdedigingshouding heeft aangenomen.

Een okerkleurig juveniel uit het district Mae On, Chiang Mai.

Voetnoten:

(1) Parker, H.W., and A.G. C. Grandison, 1977. Snakes — a natural history. Cornell University Press, New York: 27.

(2) Biever, Celeste, 2003. Burmese vine snakes. California Wild, Spring 2003.

(3) Das, Indraneil, 2002. A photographic guide to snakes and other reptiles of India. New Holland Publishers, London: 17.

(4) Cox, Merel, J., 1991. The snakes of Thailand and their husbandry. Krieger, Malabar, Florida: 117; also on the website of Ecology Asia it is considered a ‘docile species’.

(5) Sharma, R. C., 2003. Handbook Indian Snakes. Zoological Survey of India, Kolkata: 172.

(6) Cox, 1991, ibid.: 120.